Kabinet Rutte-III misbruikt artikel 57 lid 3 Grondwet

Uit het artikel van gisteren bleek dat de benoeming van drie nieuwe kabinetsleden, die tegelijkertijd ook Tweede Kamerlid zijn, onzuiver is gelet op de Grondwet. In beginsel mag een Tweede Kamerlid immers geen minister of staatssecretaris zijn volgens artikel 57 lid 2 Grondwet. Daarop wordt in artikel 57 lid 3 Grondwet echter een uitzondering op gemaakt:[1]

57 3. Niettemin kan een minister of staatssecretaris, die zijn ambt ter beschikking heeft gesteld, dit ambt verenigen met het lidmaatschap van de Staten-Generaal, totdat omtrent die beschikbaarstelling is beslist.

Gelet op de wetsgeschiedenis gaat het in dit geval om een demissionair kabinet dat haar ontslag heeft aangeboden aan de koning (“zijn ambt ter beschikking heeft gesteld”). De koning heeft dat ontslag (nog) niet geaccepteerd, waardoor de ministers en staatssecretarissen in functie kunnen blijven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dus dat deze uitzondering erop ziet om de periode te overbruggen van het moment van ontslag aanbieden (demissionair kabinet) en de daaraan verbonden verkiezingen tot het moment dat er een nieuw kabinet is.[2]

Kabinet Rutte-III heeft ander oordeel

Rutte en zijn kabinet denken daar echter anders over. In antwoorden op Kamervragen van Marijnissen en Leijten (SP) stelt kabinet Rutte-III:[3]

De uitzondering op de onverenigbaarheid van functies is, naar het oordeel van het kabinet, zodanig geformuleerd dat deze zowel op zittende bewindspersonen als op nieuw te benoemen bewindspersonen ziet. Het door de minister-president namens alle ministers en staatssecretarissen ingediende ontslag ziet namelijk ook op mogelijk nog te benoemen bewindspersonen.

Zoals hiervoor uiteengezet ziet het ontslag volgens de wetgeschiedenis niet op nieuw of nog te benoemen bewindspersonen.[4] De uitzondering is daar niet voor bedoeld. Het kabinet houdt er echter een andere interpretatie aan over. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans is onverbiddelijk en doet zelfs een oproep aan Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp:

Gelet puur op de wettekst is het eigenlijk onbegrijpelijk hoe kabinet Rutte-III tot de eigen interpretatie komt. Artikel 57 lid 3 Grondwet zegt: “een minister of staatssecretaris, die zijn ambt ter beschikking heeft gesteld”. De redenatie wordt gedaan vanuit de minister of de staatssecretaris die zijn ontslag heeft aangeboden en daarna tegelijkertijd de functie Tweede Kamerlid kan bekleden. Kabinet Rutte-III draait dit echter om: een Tweede Kamerlid kan minister of staatssecretaris worden van een demissionair kabinet, omdat de minister-president in het verleden ontslag heeft aangeboden namens alle bewindslieden van het kabinet en voor bewindslieden die in de toekomst lid worden van het kabinet. 

Op deze manier wordt de macht van de Tweede Kamer (verder) uitgehold. Op dit moment zijn er meerdere Tweede Kamerleden die tevens in het kabinet zitten: Rutte, Kaag, Hoekstra, Van Ark, Knops, Vijlbrief, Van Weyenberg, Keijzer, Yeşilgöz-Zegerius en Wiersma. Wat verder nog opvallend is aan de antwoorden op de Kamervragen is dat kabinet Rutte-III meerdere keren de Tweede Kamer aanhaalt:

Het oordeel hierover is uiteindelijk aan de Tweede Kamer.

Het is zoals gebruikelijk aan de Tweede Kamer om te beoordelen of de demissionaire status van het kabinet in de weg staat aan behandeling ervan.

Het kabinet lijkt bij verschillende kwesties het balletje te leggen bij de Tweede Kamer, maar gaat voorbij aan het feit dat de kabinetspartijen een meerderheid hebben in de Tweede Kamer. De kabinetspartijen in de Tweede Kamer zullen niet (gauw) tegen hun eigen beleid of hun eigen mensen instemmen. Uitvoerende en wetgevende macht lopen door elkaar en zijn nauw met elkaar verbonden. De checks and balances lijken zoek.


[1] https://maxius.nl/grondwet

[2] https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vll8af96udvf?ctx=vhbnlefwl8ty

[3] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?did=2021D30399&id=2021D30399

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=064900f3-f087-445b-97cd-fb4ad13275bd&title=Antwoord%20op%20vragen%20van%20de%20leden%20Marijnissen%20en%20Leijten%20over%20de%20benoeming%20van%20nieuwe%20bewindslieden.doc

[4] https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vll8af96udvf?ctx=vhbnlefwl8ty

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *